Hij was hoogopgeleid, afkomstig uit een adellijke familie en werd op jonge leeftijd door keizer Gratianus benoemd tot gouverneur van de Italiaanse provincie Campanië.

Maar na de moord op de keizer nam het leven van Paulinus een onverwachte wending.

Hij keerde terug naar huis, trouwde met een vrome christelijke vrouw genaamd Therasia, omarmde het christelijk geloof en liet zich in 389 dopen. Hij was er altijd van overtuigd dat het voorbeeld van de heilige Felix van Nola een belangrijke rol speelde bij zijn bekering.

Paulinus en zijn vrouw verloren hun enige zoon toen de baby nog maar acht dagen oud was. In plaats van de hoop te verliezen, zetten zij hun verdriet om in een diepere liefde voor God. Zij kozen voor een leven van gebed, eenvoud en dienstbaarheid.

Paulinus werd op eerste kerstdag in 394 tot priester gewijd en werd later, in 410, bisschop van Nola. Als bisschop hechtte hij geen waarde aan rijkdom of comfort. Hij gaf zijn bezittingen weg om de armen te helpen en stond bekend om zijn nederigheid, vrijgevigheid en wijsheid.