Om druk op de woningmarkt te voorkomen, werkt de Europese Unie aan wettelijke maatregelen die het voor burgers uit andere landen moeilijker moeten maken om vakantiehuizen op het grondgebied van de Unie te kopen. De maatregel komt op initiatief van populaire vakantiebestemmingen, zoals Spanje, die de stijgende vastgoedprijzen wijten aan buitenlandse investeringen in woningen.

De wet inzake betaalbare huisvesting werd door het Europees Parlement beschouwd als een middel om een gemeenschappelijk kader voor heel Europa te creëren waarmee gebieden met een onder druk staande woningmarkt kunnen worden geïdentificeerd, zodat lokale overheden hun eigen beperkende maatregelen kunnen vaststellen, mits deze „gericht, noodzakelijk en evenredig“ zijn.

Deze wet kan maatregelen van lokale overheden in landen als Spanje, Portugal en Frankrijk ondersteunen, waaronder een verbod op Airbnb, zoals dat al in Barcelona is ingevoerd. Als landen dit soort maatregelen doorzetten, kan het voor Britse burgers moeilijker worden om woningen in het buitenland te kopen, met name binnen de Europese Unie.

De steun van de EU betekent dat het voor Britten moeilijker zou kunnen worden om in het buitenland een woning te kopen. Dirk Gotink, een Nederlands lid van het Europees Parlement, merkte op dat de wetgeving „ernstige gevolgen“ zal hebben voor Britten die bijvoorbeeld in Portugal een tweede woning willen kopen.

Het parlementslid zei echter dat de regels vooral gevolgen zullen hebben voor populaire bestemmingen in Spanje, Kroatië, Italië en Frankrijk, en voegde eraan toe dat deze nieuwe wetgeving de Europese huisvestingscrisis niet zal oplossen. Het parlementslid is van mening dat de EU geen gemeenschappelijke wetgeving nodig heeft, aangezien de huisvestingscrisis als een nationaal en niet als een Europees probleem kan worden beschouwd.

Borja Giménez Larraz, een Spaans Europarlementslid voor de conservatieve Partido Popular, zei dat hij „diep bezorgd“ was over de beperkingen die de wetgeving zou opleggen aan tweede woningen.