De beroepscode beschermt dit recht wanneer de handeling in strijd is met ethische, morele of religieuze beginselen of wanneer de arts het gevoel heeft dat er druk wordt uitgeoefend op zijn of haar professionele oordeel; in dergelijke gevallen moet hij of zij een schriftelijke motivering indienen bij de klinische leiding van de zorginstelling.
Dit wordt duidelijk gemaakt in een advies dat is gepubliceerd door het College voor Algemene en Huisartsgeneeskunde en dat in hetzelfde rapport is opgenomen, aangezien het beoordelen van iemands rijgeschiktheid inhoudt dat de risico’s voor derden in complexe sociale situaties moeten worden ingeschat.
Er is sprake van een inherent ethisch en professioneel conflict bij het weigeren of het stellen van voorwaarden aan de afgifte van een verklaring, aangezien dit de langdurige vertrouwensrelatie tussen de patiënt en zijn arts zou kunnen schaden; om deze reden stelt de Artsenvereniging dat artsen niet zonder uitzondering verplicht mogen worden om dergelijke verklaringen af te geven.









Follow us on social media