Tijdens haar jaarlijkse toespraak over de stand van de Unie in het Europees Parlement in Straatsburg op 16 september noemde Von der Leyen oorlog, hybride aanvallen en politiek extremisme als bedreigingen voor het continent.

Ze beschreef de EU als sterker dan ooit, maar erkende tegelijkertijd dat de Unie in het huidige politieke klimaat ook ongewoon kwetsbaar kan aanvoelen.

Von der Leyen stelde dat Europa op recente crises heeft gereageerd door minder afhankelijk te worden van anderen en meer verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen veiligheid en welvaart.

Tot de veranderingen die zij benadrukte, behoorden de vermindering van de Europese afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen, de vergroting van de defensiecapaciteit, aanpassingen in het industriebeleid en inspanningen om de positie van de EU in de internationale handel te versterken.

Europa kiest zijn eigen weg

Onafhankelijkheid is het afgelopen jaar een van de centrale thema’s op de agenda van de Commissie geworden.

De Commissie zegt te hebben gewerkt aan het verminderen van strategische afhankelijkheden, het verbeteren van het Europese concurrentievermogen, het versterken van de defensie, het voortzetten van de steun aan Oekraïne en het opbouwen van nieuwe internationale partnerschappen.

Voor von der Leyen worden die inspanningen steeds belangrijker naarmate de verhoudingen tussen de wereldmachten verschuiven.

Ze vertelde de leden van het Europees Parlement dat Europa ervoor had gekozen zijn eigen koers uit te stippelen en „sterker en onafhankelijker” uit de strijd kwam. Ze stelde dat collectief optreden via de EU individuele Europeanen meer soevereiniteit geeft dan landen op eigen kracht zouden kunnen bereiken.

De toespraak komt op een moment dat de EU op verschillende fronten onder druk staat, van de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de concurrentie met China tot de veranderende relatie met de Verenigde Staten.

Von der Leyen maakte van de toespraak van woensdag ook gebruik om de prioriteiten voor het komende jaar uiteen te zetten, waarbij het Europese concurrentievermogen, defensie en veiligheid, energie, democratie en het vermogen van de EU om onafhankelijker op te treden hoog op de agenda stonden.

Haar beoordeling van Europa was uiteindelijk gemengd: de Unie is door een reeks crises sterker geworden, zo stelde zij, maar de wereld eromheen is ook aanzienlijk minder stabiel geworden.