Maandenlang de ene na de andere ‘hittegolf’ in Europa en Noord-Amerika. Duizenden extra sterfgevallen. Een recordsterke ‘El Niño’ bovenop een gemiddelde mondiale temperatuurstijging van +1,2 °C ten opzichte van vijf jaar geleden. De voorspelde piek voor dit jaar: +1,7 °C.

Nu zullen ze het toch wel begrijpen, denk je, maar nee, dat zullen ze niet. Ooit leek het logisch om te denken dat wanneer de klimaatschade ernstig genoeg wordt en de trendlijn onmogelijk nog te negeren is, ‘zij’ (dat wil zeggen de ontkenners van klimaatverandering en hun medestanders) eindelijk zullen accepteren dat de dreiging reëel is en dat dringende maatregelen nodig zijn. Een enkeling zal dat doen, maar de meesten niet.

Het wordt steeds duidelijker dat, nu het oude standpunt van volslagen ongeloof in de klimaatwetenschap onhoudbaar wordt, de voorkeursreactie onder voormalige ontkenners is om toe te geven dat klimaatverandering groot, gevaarlijk en al in volle gang is – maar erop te blijven hameren dat het al te laat is en er nu niets meer aan te doen is.

Een hoogvliegende sprong

De meest spectaculaire beweging in het ballet is de ‘grand jeté’, een hoog opstijgende sprong over het podium. In mijn gedachten zie ik de ontkenners in tutu’s en panty’s, opspringen uit het moeras dat ‘Ontkenning’ heet, gracieus zwevend over de rommelige werkplekken van echte wetenschappers, en vrolijk neerstrijken in het filosofische domein dat bekendstaat als ‘Berusting’. Daar gaat er weer eentje.

Toch is het vreemd, nietwaar? Ze hebben een complete ommezwaai in hun overtuigingen doorgemaakt, maar op de een of andere manier zijn ze terechtgekomen in de enige andere positie van waaruit ze aannemelijk kunnen beweren dat ze niets hoeven te doen aan hun uitstoot van broeikasgassen. „Het is hopeloos, we zijn ten dode opgeschreven, dus eet, drink en wees vrolijk, want morgen...“

Wat een toeval! Het is bijna alsof iemand hen opzettelijk beïnvloedt om van de ene overtuiging naar de andere te gaan, waarbij de enige overeenkomst tussen die tegenstrijdige overtuigingen is dat zowel de oude als de nieuwe het acceptabel laten lijken om door te gaan met het verbranden van fossiele brandstoffen.

Maar laten we niet bezwijken voor paranoia. Wie zou er nu de publieke opvattingen willen sturen in een richting die uiteindelijk schadelijk is voor het publiek, alleen maar omdat het hun persoonlijk belang dient om het gebruik van een dodelijke technologie te verlengen? Laten we ons gewoon concentreren op de juistheid van de bewering dat het te laat is, zonder in lastige kwesties te vervallen over wiens belangen hiermee worden gediend.

Een vermijdbare catastrofe

De grootmeester van het klimaatnihilisme is de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen, die in 2019 schreef: „Als je geeft om de planeet, en om de mensen en dieren die erop leven, zijn er twee manieren om hierover na te denken. Je kunt blijven hopen dat de catastrofe te voorkomen is, en je steeds gefrustreerder of woedender voelen over de passiviteit van de wereld. Of je kunt accepteren dat de ramp eraan komt.”

Hij accepteert de ramp. Dit soort defaitistische praat vindt altijd een publiek omdat het de schrijver ‘realistisch’ doet lijken, maar wat haalbaar is, hangt niet af van de emoties van mensen. Het hangt af van technische, financiële en politieke mogelijkheden, die lang niet zo negatief zijn. Zonne- en windenergie zijn bijvoorbeeld nu bijna overal goedkoper dan fossiele brandstoffen.

Volgens Franzen (wiens wanhoop meer een modegril lijkt dan een diepgewortelde overtuiging) zou het stoppen van de toename van broeikasgassen vereisen dat „een overweldigend aantal mensen, waaronder miljoenen regeringshatende Amerikanen, hoge belastingen en een drastische inperking van hun vertrouwde levensstijl zouden accepteren zonder in opstand te komen.“

Is dat niet wat elk groot land tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gedaan? Ook de Verenigde Staten, hoewel die nooit het risico van een invasie liepen.

Bovendien klaagt Franzen: „elk van ’s werelds grootste vervuilende landen [zou moeten] draconische besparingsmaatregelen doorvoeren, een groot deel van zijn energie- en transportinfrastructuur stilleggen en zijn economie volledig herstructureren.“

Energiebronnen

De economieën van de ontwikkelde landen zijn sinds 1945 al twee keer ingrijpend hervormd, en alternatieve energiebronnen nemen de overhand. Wat er moet gebeuren, is waarschijnlijk nog steeds haalbaar.

Maar we hebben het erover gehad waar de klimaatontkenners nu naartoe gaan, nu blind ongeloof niet langer houdbaar is. Het belangrijkere feit is dat driekwart van de 143.000 mensen die vorig jaar door Gallup in 140 landen werden geïnterviewd, klimaatverandering zien als een ‘zeer ernstige bedreiging’ of een ‘enigszins ernstige bedreiging’.

Dit zijn de mensen die ertoe doen, en ze zijn gewoon nog niet klaar om de sprong te wagen. De veranderingen in het klimaat zijn nog niet angstaanjagend genoeg om radicale maatregelen aanvaardbaar te maken. Maar ze zullen er waarschijnlijk binnenkort wel klaar voor zijn, en zeer waarschijnlijk nog in dit decennium.

Of dat snel genoeg zal zijn, weet niemand.